We Trust in Democracy
-
Iraqi Turkmen Human
Rights Research Foundation
 S   O  İ  T  M 
-
 Home | UNAMI | HRs Documents | Universal DHR | Minority Rights | Rights of IP | Universal PR | Reform at UN 
-
-

The extent of demographical change in Kerkuk province:
A region in Kerkuk city: map of 2002 compared with map of 2007

De allermoeilijkste periode voor de niet-Koerdische componenten in het Noorden van Irak: Omstreden gebieden of in beslag genomen gebieden?

Datum: 18 februari 2010
Nr.: Rep.1-B1810

Helaas lijden Irakezen al jaren onder dictatorschap, oorlog, economische embargo en recent onder de bezetting. Deze lange periode heeft er toe geleid dat het Irakese volk psychologisch en lichamelijk is uitgeput.

Ondanks de alle rampen die Irak zijn overkomen, gaan Irakezen door met het herbouwen van hun land, helpen de sympathisanten in de wereldwijde en regionale krachten Irak zowel moreel als materieel om de fundamenten van de nieuwe staat Irak te bouwen. De Irakezen zijn vastberaden een democratische Irak en een cultuur van mensenrechten te bouwen. Met de steun en aandacht van de wereld, in het bijzonder van het Westen en in de hoop dat zij hetzelfde oogmerk en dezelfde doelstellingen hebben, willen ze de hoekstenen van de democratie in het Midden-Oosten vestigen.

Echter, de problemen waarmee Irakezen na de bezetting te maken hebben zijn talloos. De religieuze sekte en etnische racisme vormen de belangrijkste problemen. Deze situatie heeft tot onevenwichtigheid, politieke onbestendigheid en onveiligheid geleid, en had een effectieve rol op economische onbestendigheid die het dagelijkse leven op alle gebieden negatief heeft beïnvloed.

Religieuze sekte en tendens voor represailles zijn te beschouwen als de hoofdoorzaken van het elke dag doden van duizenden, zelfs honderden Irakezen tijdens en na de Amerikaanse bezetting. Op een moment dat nationale en internationale inspanningen zich concentreren op het stoppen van het bloedvergieten in centrale Irak wordt nog steeds de systematische verwaarlozing van mensenrechten in de gebieden van Noord-Irak onder de controle van de Koerdische partijen, die de Peshmerga militie en veiligheidseenheden bij de armen hebben genomen, gerealiseerd.

De meeste etnische en religieuze gemeenschappen van het land leven in Noord-Irak: Shabaks, Yezidies, Chaldo-Assyriërs, Turkmenen, Koerden en Arabieren. Niet lettend op hun respectievelijke grootte, de levensstandaard van elke gemeenschap was ongeveer gelijk en alle gemeenschappen werden blootgesteld aan de onderdrukking van het oude politieke systeem. Maar na 1991, vooral na de Amerikaanse bezetting in 2003, is de balans tussen deze componenten verstoord.

Wanneer het Koerdische Veilige Gebied was opgezet, heeft dit er toe geleid dat tussen de Koerdische bevolking aan de ene kant en de Irakese gemeenschapsleden aan de andere kant een groot gat is ontstaan, gezien de economische, politieke en culturele potentiëlen. Uiteindelijk heeft het de hegemonie van de racistische Koerdische politieke partijen in Noord-Irak teweeggebracht.

De meest belangrijke factoren die tot onevenwichtigheid tussen de componenten in Noord-Irak na 1991 hebben geleid zijn:

√ Terwijl niet-Koerdische gemeenschappen werden blootgesteld aan tientallen onderdrukkingen, en niet in staat waren direct op te komen tegen de Baat Overheid, heeft de Koerdische gemeenschap materieel en moreel steun gekregen van regionale en westerse krachten, waardoor hun overheersing van de teugels van het bewind in het noorden van het regio is vergemakkelijkt.

√ Oprichting van het Koerdische Veilige Gebied sluit andere Irakese componenten buiten, de besturing hiervan is gegeven aan politieke partijen, die de Koerdische volksstammen en milities bij de armen hebben genomen. Dit politiseert de veiligheidsdiensten en veroorzaakt de marginalisatie van de niet-Koerdische gemeenschappen.

√ Doordat de Koerdische nationalistische partijen een grote deel van het nationale inkomen van Irak onafhankelijk kunnen gebruiken en zij de controle over de inkomsten bij de noordse landsgrens hebben geworven, hebben de Koerdische autoriteiten extra financiële bronnen en kracht gewonnen.

Het Koerdische ras verhogende politiek van de Koerdische partijen heeft geleid tot het voorbereiden van lesprogramma’s die gebaseerd waren op onjuiste historische en geografische informatie, waardoor de ontwikkeling van een fanatieke Koerdische generatie - die bereid is ruzie te maken met iedereen die volgens hen een bedreiging vormt voor de Koerdische etnische doelstellingen - is bevorderd. Koerdische milities (Peshmerga), Veiligheidsdiensten (Asayish), Inlichtingendiensten (Parastin) zijn met hetzelfde begrip samengesteld.

Vóór bezetting van 2003 had de Koerdische bevolking al het gevoel van onrechtvaardigheid dat hun vaderland is bezet door anderen en de Koerdische partijen en mensen waren ervan overtuigd dat Noord-Irak, met name de stad Kerkuk, het Koerdische gebied was. Ondanks de andere mening van historische en academische bronnen geloven zij erin dat zij historische rechten hebben om hun eigen land te bouwen op omvangrijke Irakese gronden (zie bronnen hieronder).

Wat het ook kost, de Koerden verlangen ernaar om een Koerdische staat te ontwikkelen.

De absolute steun van de bezettingskrachten aan de politieke partijen en het ontbreken van een autoriteit en het zeggenschap van het recht door het instorten van de Irakese overheid zijn als een katalysator voor de implementatie van dit niet gesteunde streven door de Koerdische autoriteiten geworden. De materiele en morele steun van het Westen, als het resultaat van het sympathie vertonen voor de Koerdische zaak nadat de laatste als het mikpunt was aangemerkt wegens hun strijd tegen Saddam Hussein, heeft een grote rol gespeeld bij het versterken van deze overvloed.

Tot dit stadium waren de Koerdische partijen en hun staf onervaren en na de gevechten van de staat Irak in de heuvelachtige bergen die tientallen jaren hebben geduurd werden zij gekarakteriseerd door hardheid, tribalisme, onverdraagzaamheid en inefficiëntie. Deze partijen hebben zowel tijdens de periode van Veilige Gebied aan het begin van de jaren negentig als ná de bezettingsperiode al deze genoemde eigenschappen meegenomen.

Zo begon de meest lastige periode voor de miljoenen niet-Koerdische Irakezen die de meerderheid vormen in Noord-Irak. De Koerdische politieke partijen, milities en veiligheidsdiensten hebben het meeste toezicht over het civiele bestuur van de staat, veiligheid en militaire departementen. Onder de supervisie van de bezettingskrachten is hun toezicht uitgebreid tot meer dan 75% van de provincie Mosul (± 3 miljoen inwoners), 20% van de provincie Salah al-Din (± 1 miljoen inwoners) en 90% van de provincie Kerkuk (al-Tamin) (830.000 inwoners) en ongeveer 50% van de provincie Diyala (1.37 miljoen inwoners), ondanks de enkele miljoenen Arabieren, Turkmenen, Yezidies en Shabaks in deze gebieden. Er wordt gedacht dat in dit grote gebied het aantal Koerden naar schatting niet meer dan één miljoen inwoners is.

Koerdische toezicht, dat nog steeds buiten de Koerdische regio bevindt, overheerst ook grotendeels van de plannen om grond onder het Koerdische bestuur te brengen. Om de demografie van de regio te veranderen wordt druk uitgeoefend op miljoenen niet-Koerdische Irakezen, zodat ze hun nationaliteiten veranderen – dit omvat eveneens de emigratie van Koerdische families en de etnische zuivering.

De eerste dagen van de bezetting
Door het ontbreken van overheidsinstellingen zijn de overheidsdepartementen geplunderd en in brand gestoken en dat ging zover dat ook banken, universiteiten, gemeentes, commerciële radio- en tv-zenders en zelfs ziekenhuizen werden getroffen. Peshmerga milities hebben de mogelijkheden van de overheid, de Ba’ath partij en de in de meeste gevallen niet-Koerdisch zijnde burgers in handen gekregen. Arabieren waren gedwongen hun dorpen te verlaten en hun goederen en bezittingen werden in beslaggenomen. Grote aantallen machines, voertuigen en overheidsdocumenten werden overgebracht naar Suleymaniya, Duhok en Erbil.

De Koerdische milities, gesteund door de politieke partijen, startten met het in bezit nemen van overheidsgebouwen in deze grote gebieden, in het bijzonder in Kerkuk, en hebben deze goederen en bezittingen onder henzelf verdeeld. De meeste gebouwen werden veranderd in kantoren of woningen voor de Koerdische families, die als onderdeel van het proces van Koerdisering naar de regio zijn gebracht.

Demografische verandering

Overheidsinstellingen
Dat bijna alle Irakese overheidsinstellingen uiteen zijn gevallen en dat de Irakese burgers psychologisch en economisch zijn uitgeput, heeft voor de gewapende en goed georganiseerde Koerdische partijen en milities makkelijker gemaakt om onder toezicht van de bezettingskrachten de gebieden in de vier provincies en de hier aanwezige overheidsinstellingen te betreden en de controlemogelijkheden te verbreden. De partizanen en leden van de Koerdische Peshmerga, die geen basisopleiding hebben gevolgd, hebben in steden, streken en wijken de top niveaus bereikt. Zij zijn als gevolg daarvan tot streek en wijk bestuursmanagers en burgemeesters benoemd. Meeste bestuursmanagers van de overheidsdepartementen waren van Koerdische afkomst en zij hebben het toezicht over de gemeenteraden in handen genomen. Tienduizenden Koerden werden geplaatst in de overheidsdepartementen in brede gebieden van Noord-Irak, waardoor in sommige gebieden het aantal overheidspersoneel twee keer zoveel werd.

Koerdische nationalisme en partijlidmaatschap zijn bij de aanstellingen als uitgangspunt genomen. Hierdoor moesten veel niet-Koerdische burgers afstand genomen van eigen partijen gedwongen worden om voor de agenda’s van Koerdische partijen te werken. Bovendien hebben Koerdische partijen vele taken verworven in de staat Irak, welke disproportioneel zijn in vergelijking met de grootte van de Koerdische partijen. Van de 165 hoogwaardige taken van de Irakese Staat zijn de Koerden de houder van 65 taken.

Koerdische partijen met milities hebben de noord gebieden, die door de Irakese overheidsinstellingen zijn genegeerd, bestuurd, terwijl de aandacht van de internationale samenleving en de Overheid van Irak zich richtte op de gevechten en de bloedingen in het centrum van het land. In deze omstandigheden is het herbouwen van het leger, de veiligheid en de politiesystemen ten uitvoer gebracht met de intentie ‘Koerdisering’ van de instellingen. Het aantal ambtenaren is in vele gevallen verdubbeld en vele Koerdische Peshmerga milities hebben zich verspreid over alle gouverneurschappen, en de in Mosul gevestigde overweldigende meerderheid van de twee Irakese militaire brigades bestond uit Koerden.


Het veiligheidssysteem in Kerkuk is vervangen door honderden Koerden, gebracht uit Sulaymaniya, Erbil en Duhok. De meerderheid van de politiemanagers en –agenten komen van de Koerdische partijen in de provincie Kerkuk en de meeste taken in andere regio’s zijn ook in de handen van dit personeel. De Koerdische partijen bezitten alle wapens van het Irakese leger dat in het noord gebieden is verspreid, die meer dan een vierde deel van de totale wapens van Irak hadden – dit is inclusief honderdduizenden lichte en zware wapens, waaronder tanks, verschillende typen anti-luchtvoertuigen raketten en raketten, die allemaal verplaatst zijn naar Koerdische provincies.

Twee belangrijke factoren die er toe hebben geleid dat een groot aantal gediplomeerde personeel in deze grote gebieden is vervangen door niet-gediplomeerde Koerden:

ü       De adoptie door Koerdische politieke partijen van een gezamenlijke Koerdisering politiek.

ü       Het ontvluchten van een groot aantal personeel dat vroeger in overheidsdepartementen een belangrijke positie heeft ingenomen.

Daarom was de noodzaak gediplomeerde personeel te vinden die hun plek kunnen vervangen, maar omdat het Koerdische bestuur een dergelijk personeel niet kon vinden, zijn de meeste aanstellingen gaan bestaan uit het niet-gediplomeerde Koerdische personeel, dat in meeste gevallen geen basisschool of middelbare onderwijs heeft gevolgd. Taxichauffeurs werden daardoor politiechefs, terwijl afgestudeerden van het Landbouw Instituut directeuren werden in de ongerelateerde overheidsdepartementen. Peshmerga militanten, die geen enige formele onderwijs of cursus hebben gevolgd, zijn als manager in de overheidsdepartementen gaan functioneren en de personen met een basisschooldiploma zijn bij de veiligheidsdiensten, als politie of in het leger gaan werken.

Honderden Koerdische partijen centra, die de steun van milities en veiligheidsdiensten achter zich hebben genomen, hebben zich verspreid in alle steden, streken en wijken. Koerdische partijen hebben veel geld uitgegeven om een groot aantal medewerkers van andere nationaliteiten te werven.

Irakese verkiezingen zijn gehouden in deze grote gebieden onder de controle van de Koerdische partijen en hun milities, die hun aandrang dat deze grote gebieden Koerdische gebieden zijn en dat deze gebieden, wanneer nodig, onrechtmatig in bezit genomen kunnen worden niet verborgen hebben gehouden. Op de dag van de bezetting was het aantal inwoners in de provincie Kerkuk 870.000. Het aantal kiezers werd in deze provincie 800.000 tijdens de verkiezingen van december 2005.

Om hun stemmen te kunnen winnen tijdens de verkiezingen werd de armoede van niet-Koerdische burgers geëxploiteerd door hen symbolische bedragen te betalen. Verder werd aan de zich op het topniveau bevindende meeste personen grote bedragen betaald, zodat zij de Koerdische agenda’s gingen steunen. Door verschillende manipulatie en verkiezingsfraude technieken te gebruiken wonnen de Koerdische partijen in meeste gebieden de verkiezingen, en hierdoor groeide hun toezicht op alle posities in het bestuur en beslissingsmechanismen in deze gebieden. Bijvoorbeeld:

ü       Het aantal Koerden in Nineveh provincieraad is 31 van de 41 leden. Dit was deels door de Sunni boycot.

ü       In Kerkuk provincieraad is het aantal Koerden 24 van de 41 leden.

ü       In Erbil zijn de stoelen van de provincieraad tussen twee Koerdische partijen gelijk verdeeld.

ü       Alle leden van de gemeenteraad van Kifri zijn van Koerdische afkomst.

ü       In Khanaqin zijn de vertegenwoordigers met andere nationaliteiten in de gemeenteraad na intimidatie en verleiding deel gaan nemen aan de Koerdische partijen.

Koerdische migratie
Met het begin van de bezetting startten Koerdische partijen met het stimuleren van de Koerden te emigreren naar de nieuwe plekken waar de Peshmerga is binnengetreden na de bezetting, meestal door het betalen van een bedrag en/of salaris aan hen. Degenen die hoge posities hadden in de politieke partijen of in Peshmerga milities boden financies aan voor de constructie van hun huizen, welke waren gebouwd op de grond van de gemeentes, overheid of niet-Koerdische mensen. Honderden familieleden verenigden zich met degenen die een nieuwe plaats hadden en er ontstonden nieuwe buurten in deze grote gebieden. Toen Koerden en Turkmenen uit Kerkuk zijn gestuurd wegens de Baath regime werd het aantal Koerden geschat op 120.000, maar de meeste personen die over de grens van Kerkuk zijn gezet hebben Sulaymaniya of Erbil als geboorteplaats.

Het Gekoerdiseerde bestuur heeft valse documenten geregeld en inwonersregistratie van de Koerden die naar nieuwe gebieden, met name provincie Kerkuk, zijn gekomen overgedragen. De nieuwkomers zijn de identiteitskaarten en paspoorten overhandigd, maar de pogingen van de Koerdische partijen om de inwonersregistratie van de streek Shaykhan te overdragen aan de Koerdische provincie Duhok waren mislukt. Duizenden personeel en onderwijzers van de provincie Sulaymaniya, Erbil en Duhok hebben de taak gekregen om de Koerdische taal te laten leren in plaats van Arabisch. Elementen van de Peshmerga milities zijn gevestigd in vele controlepunten die te bevinden zijn op verkeerswegen tussen veel steden, onder andere Erbil, Bartalah, Shaykan en Duhok.

Duizenden Arabische families hebben deze grote gebieden verlaten nadat Peshmerga milities eerst binnentraden, terwijl de andere Arabieren de regio verlieten na toename van antipathie en vijandigheid, dat gelijktijdig verliep met de stabilisatie van toezicht van de Koerdische militie over het gebied. Alleen in de provincie Kerkuk waren ongeveer 25 dorpen geëvacueerd waarvan de meeste voor de Ba’ath regime bestonden.

In bezitneming van grondgebieden, voornamelijk de grondgebieden van de overheid en burgers, is een kerneigenschap van de periode na het ontstaan van het Koerdische Veilige Gebied in deze gebieden, vooral na de bezetting. De Koerdische partijen, die voor het eerst in 1991 aan het hoofd van het bestuur van de overheidsinstellingen kwamen, hadden geen verstand van een staatsconcept en het management van de overheidsinstellingen. Dus de nieuwkomers die van de bergachtige gebieden komen hebben met behulp van het Gekoerdiseerde bestuur de grondgebieden van de gemeentes, overheid, inwoners in beslag genomen. De delen van de grondgebieden die in de handen van de partijleden en milities zijn gekomen zijn ook kolossaal, bijvoorbeeld de Barzani familie heeft alle grondgebieden van het streek Salah al-Din bemachtigd. Ondertussen hebben de Koerdische families in de provincie Kerkuk alle typen grondgebieden en een groot aantal gebouwen in beslag genomen. Het resultaat was dat in de provincie Kerkuk het aantal particuliere rechtszaken, die bij de Eigendomsrechten Commissie aanhangig zijn gemaakt, 40.000 heeft overschreden, de meeste zaken waren van Turkmenen.

Andere mensenrechten situaties
Na bezetting was de algemene situatie in Noord-Irak gekarakteriseerd door:

  1. Ontbreken van de zeggenschap van het rechtssysteem en krachten die dat beschermen
  2. Absoluut toezicht door Koerdische partijen en milities, dat gekenmerkt wordt door:

a. Antidemocratisch tribalisme mentaliteit

b. Ontbreken van professionalisme door het ontbreken van algemeen onderwijs en beroepsonderwijs

c. Harde en agressieve natuur vanwege het leven in bergachtige gebieden in een oorlogspositie, die tientallen jaren heeft geduurd

  1. De aandacht van de Irakese Staat en de internationale gemeenschappen was gefocust op het onheil veroorzaakt door de gevechten in het centruk van Irak
  2. Andere etnische groepen in de regio van Irak waren uitgeput als resultaat van het assimilatiebeleid van het voorgaande dictatorschapsregime
  3. De afwezigheid van internationale mensenrechten organisaties en zelfs van de Verenigde Naties, en het ontbreken van monitoring of follow-up hebben er toe geleid dat een groot aantal overtredingen van mensenrechten jaren is geregistreerd en bewezen.

Onder deze omstandigheden, ook al was er op het gebied geen conflict tussen Soennieten en Sjiieten, hebben zich duizenden gevallen voorgedaan, zoals intimidatie, arrestaties, detenties, geweld in gevangenissen, ontvoeringen, aanslagen, moordzaken en het verdwijnen van personen uit niet-Koerdische ethische groeperingen en van personen die tegen de Koerdiseringspolitiek waren. Met de zorg omtrent veiligheid hebben duizenden Yezidi, Shabak, Chaldo-Assyriërs, Turkmeense en Arabische families de gebieden, waar de Koerdische Peshmerga milities verantwoordelijk waren, verlaten. Tegenwoordig wordt er geschat dat in Kerkuk 238 mensen zijn ontvoerd en er zijn nog zoveel ontvoeringen waarvan het aantal onbekend is.

In deze grote gebieden hebben de Koerdische veiligheidskrachten (Asayish) de gebouwen van de Ba’ath partij veranderd in hoofdkantoren voor Koerdische milities, waar de oppositie werd gedetineerd. Honderden van deze kantoren zijn tegenwoordig in het Oosten van de stad Mosul en het laagland van Nineveh verspreid, en die proberen de niet-Koerdische populatie te onderdrukken door hun op verschillende manieren te intimideren. In coördinatie met de hoofdkantoren van de Koerdische partijen verzamelen veiligheidsagenten informatie over de burgers en zij verhinderen dat Shabaks en Chaldo-Assyriërs de stad Duhok en andere regio’s binnentreden en richten zich op Yazidis die tegen het gezag van de Koerdische partijen zijn.

Tijdens de pogingen van de Koerdische milities om de controle over de streek Tal afar, die in de landkaart van de zogenoemde Koerdistan was opgenomen, in eigen handen te nemen, was de regio onderworpen aan twee destructieve aanvallen, waar alle typen zware wapens, tanks en helikopters werden gebruikt. Als een resultaat hebben duizenden bezettingstroepen en Koerdische milities door de stad aan te vallen ervoor gezorgd dat 100.000 inwoners Telafar verlieten. Kleine aanvallen, arrestaties, aanslagen, ontvoeringen duurde 3 jaar. Er wordt gedacht dat vele inwoners nog steeds in het land worden verplaatst.

In 2005 zijn de gebouwen en instituten van de Turkmeense politieke partij overvallen door Koerdische milities en 24 gebouwen, inclusief 15 scholen, kranten, drukkerijen en televisiestations en de hoofdkantoren van politieke partijen, in beslag genomen. Turkmenen die in Erbil leven en de Koerdische partijen niet gehoorzamen werden niet toegestaan in de overheidsdepartementen te werken. De niet-Koerdische burgers in alle regio’s werden gedwongen in het Koerdisch les te volgen op scholen.

Vele Chaldo-Assyriërs dorpen werden geëvacueerd, tientallen Yezidi politici werden gearresteerd, Shabak activisten werden het slachtoffer van aanslagen, honderden leidende Baathisten werden vermoord en de Turkmeense grondgebieden zijn in beslag genomen.

De Koerdische autoriteiten verworven een groot aantal collaborateurs van andere maatschappijen en gebruikten hen voor het oprichten van patijen en civiele organisaties tegen hun eigen nationale partijen. Deze collaborateurs werden gebruikt in politieke bedrijven. Velen hebben voor Koerdische partijen gespioneerd. Tijdens de verkiezingen zijn de stemmen van andere maatschappijen afgekocht.

Namen van steden, straten en gebouwen zijn van het Turkmeens of Arabisch vertaald naar Koerdisch. Op de schrijfborden in de overheidsdepartementen werd in het Koerdisch geschreven, de niet-Koerdische inwoners hebben erg geleden in particuliere ziekenhuizen.

Het gezag van de Koerdische partijen in deze grote gebieden heeft geleid tot het opnieuw herleven van Koerdische buurten en steden en de remming in de ontwikkeling van niet-Koerdische regio’s.

Een van de meeste gevaarlijke fenomenen dat in Noord-Irak naar voren kwam is het grote verschil in de levensstandaard en de economische kracht tussen het Koerdische volk aan de ene kant en het niet-Koerdische volk aan de andere kant. Dit fenomeen is toe te schrijven aan de volgende factoren die gegeneraliseerd zijn in de grote gebieden die door de Koerdische milities in beslag zijn genomen na de bezetting:

  1. De benoeming van honderdduizenden Koerden in gebieden die bezet zijn door de Koerdische partijen, na de bezetting:

a.       In overheidsdepartementen, bijvoorbeeld:

                                       i.            De benoeming van meer dan tien duizend personeel, waarvan 90% de Koerdische etniciteit heeft, in provincie Kerkuk.

                                     ii.            Ongeveer twee duizend Koerden zijn benoemd in het wijk Karatepe.

                                    iii.            Duizenden Koerdische onderwijzers in Duhok zijn benoemd in regio Mosul.

b.       In het Irakese leger, bijvoorbeeld de twee Irakese legers in Mosul bestaan voor meer dan 80% uit Koerden.

c.       In veiligheidsdiensten en politie, bijvoorbeeld de veiligheidssystemen in provincie Kerkuk zijn voor het geheeld door de Koerden in provincie Kerkuk overgenomen.

d.       Toename van het aantal Peshmerga milities, bijvoorbeeld de werving van tienduizenden Peshmerga milities in de jaren 2004-2005.

e.       Benoemingen in Koerdische regio’s, bijvoorbeeld gebaseerd op de partij lidschap, er is ongeveer een miljoen overheidspersoneel in Koerdische regio’s dat ook lid is van Koerdische partijen. In tegendeel, de benoeming van niet-Koerdische personen is heel beperkt.

  1. Koerdische autoriteiten:

a.       Ontvangen sinds 1990 13% van het inkomen van Irak, terwijl de andere maatschappijen geen enkel deel krijgen. Ondanks de belangrijke daling in het aantal Koerden in de drie Koerdische provincies na de bezetting, het Koerdische deel steeg naar 17% van het totale Irakese budget en andere Irakese maatschappijen bleven zonder een deel.

b.       Innen sinds 1991 een overweldigend bedrag via het Khabour landsgrens, waar bijna alle Irakese importen binnenkomen.

  1. Koerdische gezag op overheidsdepartementen in Noord-Irak heeft voor de Koerdische bevolking een ander economisch voordeel gebracht. Sinds de bezetting geeft het gekoerdiseerde bestuur in deze grote gebieden duizenden projecten aan de Koerdische aannemers die weer gebruik maken van Koerdische leidinggevenden en Koerdische werknemers.

De afgelopen zes jaar na de bezetting zijn dit de ontwikkelingen in Noord-Irak, waar de Koerden het gezag hebben over economie, civiel, leger, veiligheidsbestuur om de grondgebieden van niet-Koerdische maatschappijen te beheersen en het te annexeren met de Koerdische regio.

____________________________

 

Bronnen:

1.       Phebe Marr, “The Modern History of Iraq”, p. 9

“In recente historie hebben de Koerden van de bergen gemigreerd naar heuvels aan de voet van gebergten en laaglanden, velen hebben zich gevestigd in de noorden in en rond Mosul en in de zuiden in de steden en kleine steden langs de Diyalah Rivier gevestigd, maar meeste Koerden leven nog in lage bergflanken waar ze zich bezighouden met agrarisch bedrijf en veeteelt.”

2.       Edgar O’balance, “The Kurdish Revolt”, p. 33

“Tot aan het einde van de 19de eeuw ging een grote tribale federatie met zijn veestapel langs alle bergen en laaglanden in de delen van het Midden-Oosten om nieuwe weilanden te zoeken. Dat was prachtig en omineus om te zien – omdat de nomadische Koerden als een sprinkhanenkudde rond reisden, gevoed werden, en ruzie maakten.”

3.       David McDowall, “A Modern History of the Kurds”, I.B. Tauris & Co Ltd Publishers 1996, London & New York, p. 144

“De steden en dorpen langs de verkeersweg van Mosul - Bagdat waren van echt Turks sprekende Turkmenen.”

“Maar zoals de commissie het heeft genoteerd, de Koerd ‘neemt bebouwbare grondgebieden in beslag en “Koerdiseert” bepaalde steden’ en dit zijn vooral de plekken langs de verkeersweg die tot de Turkmenen behoren.”

4.       William R. Hay, “Two Years in Kurdistan 1918–1920”, (William Clowes and Sons, Limited, London and Beccles 121), p. 81-83

“Dizai stam heeft 3 eeuwen geleden van de bergen verlaten en zich gevestigd in een aantal dorpen rond Qush Tappah. Halverwege de 19de eeuw begonnen zij zich te verspreiden, en hebben zich snel uitgestrekt over het hele land tot Tigris. Aan het einde van 1920 vormden zij eenderde deel van de streek Erbil.” “Er wordt minder dan een eeuw geleden gerapporteerd dat er bomen en struiken overvloedig aanwezig waren op de hellingen van Qara Choq Dagh; maar na de komst van de Koerden waren deze afgekapt voor vuurhaard en nu is er niets overgebleven.”

5.       Ibid, p. 10

Mandali was in het echt een ideale trainingsgrond. Vier talen waren in de steek geldig en de meeste stadsmensen konden de vier talen spreken. Als kinderen leerden zij hun moedertaal, Turks, van hun ouders, en de locale Koerdo-Lurisch dialect van hun oppassers en de mensen op de bergen, waar ze naar toe gingen voor warme weer. Later leerden zij Arabisch van de mensen die in de dadeltuinen werkten, en Perzisch van de handelaren die hun stad bezochten en als gasten bij hun thuis kwamen.”

6.       George Keppel, “Personal Narrative of Travels in Bablonia, Assyria, Media, and Scythia”, H. Colburn 1827, Vol. I, p. 30

“Niet vele weken geleden voordat we deze Moolah zagen, was hij een van de principale personen van Mendali, een Turkse stad naast de grens. In deze dagen was hij de beste vriend van Davoud Pasha, “zijn beste keelsnijder” en meest gewilde aanslaginstrument.”

7.       Ibid. s. 267

‘Vanaf de veerboot naderen we ongeveer 3 km de oever en komen we de Bacoubah aan, zo was de route van de tweede dag. Het blijkt dat het een heel aanzienlijke plek is, maar door het Koerdische leger, onder het commando van Mohammed Ali Meerze, is het bijna helemaal bouwvallig gemaakt.’

8.       Ibid., p. 276-281

‘We bereiken Shahraban om elf uur ’s nachts, en we vonden het bijna helemaal verlaten. ---. We lopen rond in de verlaten straten, enige tijd konden we geen enkele huis met inwoners vinden, uiteindelijk kwamen we bij een karavanserai, hier ontmoetten we iemand die ons vertelde dat alle inwoners de plek, die door Koerden is geplunderd en bouwvallig is gemaakt, hadden verlaten.’

9.       Ibid,. p. 290-291

‘Onze tenten waren opgezet in het Noorden van de stad. Kizil Rubaut, gemeenschappelijk met zijn buren van haatdragende Koerdische vijanden.’

10.    Ibid., p.293

‘In anderhalf uur vonden we onszelf in Baradan, die net als andere steden leed onder de vijandelijke invallen van het Koerdische leger.’

11.    Ibid., p. 297

‘Khanaki, bekend met antieke eigenschap, vormde het grens van Pshalick of Bagdad, en had het lot dat zij het ongelukkige positie had tussen twee krachten. Ongeveer twee jaar geleden was het overgenomen door Muhammed Ali Mirza en het moest op dat moment de ellende van de oorlog hebben meegekregen.’

-





About SOITM   | Contact   | Turkmeneli TV  
| Links  
Archives of the Iraqi Turkmen Journal in Arabic
SOITM
Stichting Onderzoekscentrum Iraaks Turkmeense Mensenrechten
Nijmegen - The Netherlands
soitm@turkmen.nl