Twee belangrijke factoren die er
toe hebben geleid dat een groot aantal gediplomeerde personeel in deze grote
gebieden is vervangen door niet-gediplomeerde Koerden:
ü
De adoptie door Koerdische
politieke partijen van een gezamenlijke Koerdisering politiek.
ü
Het ontvluchten van een groot
aantal personeel dat vroeger in overheidsdepartementen een belangrijke positie
heeft ingenomen.
Daarom was de noodzaak
gediplomeerde personeel te vinden die hun plek kunnen vervangen, maar omdat het
Koerdische bestuur een dergelijk personeel niet kon vinden, zijn de meeste
aanstellingen gaan bestaan uit het niet-gediplomeerde Koerdische personeel, dat
in meeste gevallen geen basisschool of middelbare onderwijs heeft gevolgd. Taxichauffeurs
werden daardoor politiechefs, terwijl afgestudeerden van het Landbouw Instituut
directeuren werden in de ongerelateerde overheidsdepartementen. Peshmerga
militanten, die geen enige formele onderwijs of cursus hebben gevolgd, zijn als
manager in de overheidsdepartementen gaan functioneren en de personen met een
basisschooldiploma zijn bij de veiligheidsdiensten, als politie of in het leger
gaan werken.
Honderden Koerdische partijen
centra, die de steun van milities en veiligheidsdiensten achter zich hebben
genomen, hebben zich verspreid in alle steden, streken en wijken. Koerdische
partijen hebben veel geld uitgegeven om een groot aantal medewerkers van andere
nationaliteiten te werven.
Irakese verkiezingen zijn
gehouden in deze grote gebieden onder de controle van de Koerdische partijen en
hun milities, die hun aandrang dat deze grote gebieden Koerdische gebieden zijn
en dat deze gebieden, wanneer nodig, onrechtmatig in bezit genomen kunnen
worden niet verborgen hebben gehouden. Op de dag van de bezetting was het
aantal inwoners in de provincie Kerkuk 870.000. Het aantal kiezers werd in deze
provincie 800.000 tijdens de verkiezingen van december 2005.
Om hun stemmen te kunnen winnen
tijdens de verkiezingen werd de armoede van niet-Koerdische burgers
geëxploiteerd door hen symbolische bedragen te betalen. Verder werd aan de zich
op het topniveau bevindende meeste personen grote bedragen betaald, zodat zij de
Koerdische agenda’s gingen steunen. Door verschillende manipulatie en
verkiezingsfraude technieken te gebruiken wonnen de Koerdische partijen in
meeste gebieden de verkiezingen, en hierdoor groeide hun toezicht op alle
posities in het bestuur en beslissingsmechanismen in deze gebieden.
Bijvoorbeeld:
ü
Het aantal Koerden in Nineveh
provincieraad is 31 van de 41 leden. Dit was deels door de Sunni boycot.
ü
In Kerkuk provincieraad is het
aantal Koerden 24 van de 41 leden.
ü
In Erbil zijn de stoelen van de provincieraad
tussen twee Koerdische partijen gelijk verdeeld.
ü
Alle leden van de gemeenteraad
van Kifri zijn van Koerdische afkomst.
ü
In Khanaqin zijn de
vertegenwoordigers met andere nationaliteiten in de gemeenteraad na intimidatie
en verleiding deel gaan nemen aan de Koerdische partijen.
Koerdische migratie
Met het begin van de bezetting
startten Koerdische partijen met het stimuleren van de Koerden te emigreren
naar de nieuwe plekken waar de Peshmerga is binnengetreden na de bezetting,
meestal door het betalen van een bedrag en/of salaris aan hen. Degenen die hoge
posities hadden in de politieke partijen of in Peshmerga milities boden
financies aan voor de constructie van hun huizen, welke waren gebouwd op de
grond van de gemeentes, overheid of niet-Koerdische mensen. Honderden
familieleden verenigden zich met degenen die een nieuwe plaats hadden en er
ontstonden nieuwe buurten in deze grote gebieden. Toen Koerden en Turkmenen uit
Kerkuk zijn gestuurd wegens de Baath regime werd het aantal Koerden geschat op
120.000, maar de meeste personen die over de grens van Kerkuk zijn gezet hebben
Sulaymaniya of Erbil als geboorteplaats.
Het Gekoerdiseerde bestuur heeft
valse documenten geregeld en inwonersregistratie van de Koerden die naar nieuwe
gebieden, met name provincie Kerkuk, zijn gekomen overgedragen. De nieuwkomers
zijn de identiteitskaarten en paspoorten overhandigd, maar de pogingen van de
Koerdische partijen om de inwonersregistratie van de streek Shaykhan te
overdragen aan de Koerdische provincie Duhok waren mislukt. Duizenden personeel
en onderwijzers van de provincie Sulaymaniya, Erbil en Duhok hebben de taak
gekregen om de Koerdische taal te laten leren in plaats van Arabisch. Elementen
van de Peshmerga milities zijn gevestigd in vele controlepunten die te bevinden
zijn op verkeerswegen tussen veel steden, onder andere Erbil, Bartalah, Shaykan
en Duhok.
Duizenden Arabische families
hebben deze grote gebieden verlaten nadat Peshmerga milities eerst
binnentraden, terwijl de andere Arabieren de regio verlieten na toename van
antipathie en vijandigheid, dat gelijktijdig verliep met de stabilisatie van
toezicht van de Koerdische militie over het gebied. Alleen in de provincie
Kerkuk waren ongeveer 25 dorpen geëvacueerd waarvan de meeste voor de Ba’ath
regime bestonden.
In bezitneming van
grondgebieden, voornamelijk de grondgebieden van de overheid en burgers, is een
kerneigenschap van de periode na het ontstaan van het Koerdische Veilige Gebied
in deze gebieden, vooral na de bezetting. De Koerdische partijen, die voor het
eerst in 1991 aan het hoofd van het bestuur van de overheidsinstellingen kwamen,
hadden geen verstand van een staatsconcept en het management van de
overheidsinstellingen. Dus de nieuwkomers die van de bergachtige gebieden komen
hebben met behulp van het Gekoerdiseerde bestuur de grondgebieden van de
gemeentes, overheid, inwoners in beslag genomen. De delen van de grondgebieden
die in de handen van de partijleden en milities zijn gekomen zijn ook
kolossaal, bijvoorbeeld de Barzani familie heeft alle grondgebieden van het
streek Salah al-Din bemachtigd. Ondertussen hebben de Koerdische families in de
provincie Kerkuk alle typen grondgebieden en een groot aantal gebouwen in
beslag genomen. Het resultaat was dat in de provincie Kerkuk het aantal
particuliere rechtszaken, die bij de Eigendomsrechten Commissie aanhangig zijn
gemaakt, 40.000 heeft overschreden, de meeste zaken waren van Turkmenen.
Andere mensenrechten situaties
Na bezetting was de algemene
situatie in Noord-Irak gekarakteriseerd door:
- Ontbreken van de zeggenschap van het
rechtssysteem en krachten die dat beschermen
- Absoluut toezicht door Koerdische partijen en
milities, dat gekenmerkt wordt door:
a. Antidemocratisch
tribalisme mentaliteit
b. Ontbreken
van professionalisme door het ontbreken van algemeen onderwijs en
beroepsonderwijs
c. Harde en
agressieve natuur vanwege het leven in bergachtige gebieden in een
oorlogspositie, die tientallen jaren heeft geduurd
- De aandacht van de Irakese Staat en de
internationale gemeenschappen was gefocust op het onheil veroorzaakt door
de gevechten in het centruk van Irak
- Andere etnische groepen in de regio van Irak
waren uitgeput als resultaat van het assimilatiebeleid van het voorgaande
dictatorschapsregime
- De afwezigheid van internationale
mensenrechten organisaties en zelfs van de Verenigde Naties, en het
ontbreken van monitoring of follow-up hebben er toe geleid dat een groot
aantal overtredingen van mensenrechten jaren is geregistreerd en bewezen.
Onder deze omstandigheden, ook
al was er op het gebied geen conflict tussen Soennieten en Sjiieten, hebben
zich duizenden gevallen voorgedaan, zoals intimidatie, arrestaties, detenties,
geweld in gevangenissen, ontvoeringen, aanslagen, moordzaken en het verdwijnen
van personen uit niet-Koerdische ethische groeperingen en van personen die
tegen de Koerdiseringspolitiek waren. Met de zorg omtrent veiligheid hebben
duizenden Yezidi, Shabak, Chaldo-Assyriërs, Turkmeense en Arabische families de
gebieden, waar de Koerdische Peshmerga milities verantwoordelijk waren,
verlaten. Tegenwoordig wordt er geschat dat in Kerkuk 238 mensen zijn ontvoerd
en er zijn nog zoveel ontvoeringen waarvan het aantal onbekend is.
In deze grote gebieden hebben de
Koerdische veiligheidskrachten (Asayish) de gebouwen van de Ba’ath partij
veranderd in hoofdkantoren voor Koerdische milities, waar de oppositie werd gedetineerd.
Honderden van deze kantoren zijn tegenwoordig in het Oosten van de stad Mosul
en het laagland van Nineveh verspreid, en die proberen de niet-Koerdische
populatie te onderdrukken door hun op verschillende manieren te intimideren. In
coördinatie met de hoofdkantoren van de Koerdische partijen verzamelen
veiligheidsagenten informatie over de burgers en zij verhinderen dat Shabaks en
Chaldo-Assyriërs de stad Duhok en andere regio’s binnentreden en richten zich
op Yazidis die tegen het gezag van de Koerdische partijen zijn.
Tijdens de pogingen van de
Koerdische milities om de controle over de streek Tal afar, die in de landkaart
van de zogenoemde Koerdistan was opgenomen, in eigen handen te nemen, was de
regio onderworpen aan twee destructieve aanvallen, waar alle typen zware
wapens, tanks en helikopters werden gebruikt. Als een resultaat hebben
duizenden bezettingstroepen en Koerdische milities door de stad aan te vallen ervoor
gezorgd dat 100.000 inwoners Telafar verlieten. Kleine aanvallen, arrestaties,
aanslagen, ontvoeringen duurde 3 jaar. Er wordt gedacht dat vele inwoners nog
steeds in het land worden verplaatst.
In 2005 zijn de gebouwen en
instituten van de Turkmeense politieke partij overvallen door Koerdische
milities en 24 gebouwen, inclusief 15 scholen, kranten, drukkerijen en
televisiestations en de hoofdkantoren van politieke partijen, in beslag
genomen. Turkmenen die in Erbil leven en de Koerdische partijen niet
gehoorzamen werden niet toegestaan in de overheidsdepartementen te werken. De
niet-Koerdische burgers in alle regio’s werden gedwongen in het Koerdisch les
te volgen op scholen.
Vele Chaldo-Assyriërs dorpen
werden geëvacueerd, tientallen Yezidi politici werden gearresteerd, Shabak
activisten werden het slachtoffer van aanslagen, honderden leidende Baathisten
werden vermoord en de Turkmeense grondgebieden zijn in beslag genomen.
De Koerdische autoriteiten
verworven een groot aantal collaborateurs van andere maatschappijen en
gebruikten hen voor het oprichten van patijen en civiele organisaties tegen hun
eigen nationale partijen. Deze collaborateurs werden gebruikt in politieke
bedrijven. Velen hebben voor Koerdische partijen gespioneerd. Tijdens de
verkiezingen zijn de stemmen van andere maatschappijen afgekocht.
Namen van steden, straten en
gebouwen zijn van het Turkmeens of Arabisch vertaald naar Koerdisch. Op de
schrijfborden in de overheidsdepartementen werd in het Koerdisch geschreven, de
niet-Koerdische inwoners hebben erg geleden in particuliere ziekenhuizen.
Het gezag van de Koerdische
partijen in deze grote gebieden heeft geleid tot het opnieuw herleven van
Koerdische buurten en steden en de remming in de ontwikkeling van
niet-Koerdische regio’s.
Een van de meeste gevaarlijke
fenomenen dat in Noord-Irak naar voren kwam is het grote verschil in de
levensstandaard en de economische kracht tussen het Koerdische volk aan de ene
kant en het niet-Koerdische volk aan de andere kant. Dit fenomeen is toe te
schrijven aan de volgende factoren die gegeneraliseerd zijn in de grote
gebieden die door de Koerdische milities in beslag zijn genomen na de
bezetting:
- De benoeming van honderdduizenden Koerden in
gebieden die bezet zijn door de Koerdische partijen, na de bezetting:
a.
In overheidsdepartementen,
bijvoorbeeld:
i.
De benoeming van meer dan tien
duizend personeel, waarvan 90% de Koerdische etniciteit heeft, in provincie
Kerkuk.
ii.
Ongeveer twee duizend Koerden
zijn benoemd in het wijk Karatepe.
iii.
Duizenden Koerdische
onderwijzers in Duhok zijn benoemd in regio Mosul.
b.
In het Irakese leger,
bijvoorbeeld de twee Irakese legers in Mosul bestaan voor meer dan 80% uit
Koerden.
c.
In veiligheidsdiensten en
politie, bijvoorbeeld de veiligheidssystemen in provincie Kerkuk zijn voor het
geheeld door de Koerden in provincie Kerkuk overgenomen.
d.
Toename van het aantal Peshmerga
milities, bijvoorbeeld de werving van tienduizenden Peshmerga milities in de
jaren 2004-2005.
e.
Benoemingen in Koerdische
regio’s, bijvoorbeeld gebaseerd op de partij lidschap, er is ongeveer een
miljoen overheidspersoneel in Koerdische regio’s dat ook lid is van Koerdische
partijen. In tegendeel, de benoeming van niet-Koerdische personen is heel
beperkt.
- Koerdische autoriteiten:
a.
Ontvangen sinds 1990 13% van het
inkomen van Irak, terwijl de andere maatschappijen geen enkel deel krijgen.
Ondanks de belangrijke daling in het aantal Koerden in de drie Koerdische
provincies na de bezetting, het Koerdische deel steeg naar 17% van het totale
Irakese budget en andere Irakese maatschappijen bleven zonder een deel.
b.
Innen sinds 1991 een overweldigend
bedrag via het Khabour landsgrens, waar bijna alle Irakese importen
binnenkomen.
- Koerdische gezag op overheidsdepartementen in
Noord-Irak heeft voor de Koerdische bevolking een ander economisch
voordeel gebracht. Sinds de bezetting geeft het gekoerdiseerde bestuur in
deze grote gebieden duizenden projecten aan de Koerdische aannemers die
weer gebruik maken van Koerdische leidinggevenden en Koerdische
werknemers.
De afgelopen zes jaar na de
bezetting zijn dit de ontwikkelingen in Noord-Irak, waar de Koerden het gezag
hebben over economie, civiel, leger, veiligheidsbestuur om de grondgebieden van
niet-Koerdische maatschappijen te beheersen en het te annexeren met de
Koerdische regio.
____________________________
Bronnen:
1.
Phebe Marr, “The Modern History
of Iraq”, p. 9
“In recente
historie hebben de Koerden van de bergen gemigreerd naar heuvels aan de voet
van gebergten en laaglanden, velen hebben zich gevestigd in de noorden in en
rond Mosul en in de zuiden in de steden en kleine steden langs de Diyalah
Rivier gevestigd, maar meeste Koerden leven nog in lage bergflanken waar ze
zich bezighouden met agrarisch bedrijf en veeteelt.”
2.
Edgar O’balance, “The Kurdish
Revolt”, p. 33
“Tot aan het
einde van de 19de eeuw ging een grote tribale federatie met zijn
veestapel langs alle bergen en laaglanden in de delen van het Midden-Oosten om
nieuwe weilanden te zoeken. Dat was prachtig en omineus om te zien – omdat de
nomadische Koerden als een sprinkhanenkudde rond reisden, gevoed werden, en
ruzie maakten.”
3.
David McDowall, “A Modern History
of the Kurds”, I.B. Tauris & Co Ltd Publishers 1996, London & New York,
p. 144
“De steden en
dorpen langs de verkeersweg van Mosul - Bagdat waren van echt Turks sprekende
Turkmenen.”
“Maar zoals de
commissie het heeft genoteerd, de Koerd ‘neemt bebouwbare grondgebieden in
beslag en “Koerdiseert” bepaalde steden’ en dit zijn vooral de plekken langs de
verkeersweg die tot de Turkmenen behoren.”
4.
William R. Hay, “Two Years in
Kurdistan 1918–1920”, (William Clowes and Sons, Limited, London and Beccles
121), p. 81-83
“Dizai stam heeft
3 eeuwen geleden van de bergen verlaten en zich gevestigd in een aantal dorpen
rond Qush Tappah. Halverwege de 19de eeuw begonnen zij zich te
verspreiden, en hebben zich snel uitgestrekt over het hele land tot Tigris. Aan
het einde van 1920 vormden zij eenderde deel van de streek Erbil.” “Er wordt
minder dan een eeuw geleden gerapporteerd dat er bomen en struiken overvloedig
aanwezig waren op de hellingen van Qara Choq Dagh; maar na de komst van de Koerden
waren deze afgekapt voor vuurhaard en nu is er niets overgebleven.”
5.
Ibid, p. 10
Mandali was in
het echt een ideale trainingsgrond. Vier talen waren in de steek geldig en de
meeste stadsmensen konden de vier talen spreken. Als kinderen leerden zij hun moedertaal,
Turks, van hun ouders, en de locale Koerdo-Lurisch dialect van hun oppassers en
de mensen op de bergen, waar ze naar toe gingen voor warme weer. Later leerden
zij Arabisch van de mensen die in de dadeltuinen werkten, en Perzisch van de
handelaren die hun stad bezochten en als gasten bij hun thuis kwamen.”
6.
George Keppel, “Personal
Narrative of Travels in Bablonia, Assyria, Media, and Scythia”, H. Colburn
1827, Vol. I, p. 30
“Niet vele weken
geleden voordat we deze Moolah zagen, was hij een van de principale personen
van Mendali, een Turkse stad naast de grens. In deze dagen was hij de beste
vriend van Davoud Pasha, “zijn beste keelsnijder” en meest gewilde
aanslaginstrument.”
7.
Ibid. s. 267
‘Vanaf de
veerboot naderen we ongeveer 3 km de oever en komen we de Bacoubah aan, zo was
de route van de tweede dag. Het blijkt dat het een heel aanzienlijke plek is,
maar door het Koerdische leger, onder het commando van Mohammed Ali Meerze, is
het bijna helemaal bouwvallig gemaakt.’
8.
Ibid., p. 276-281
‘We bereiken
Shahraban om elf uur ’s nachts, en we vonden het bijna helemaal verlaten. ---.
We lopen rond in de verlaten straten, enige tijd konden we geen enkele huis met
inwoners vinden, uiteindelijk kwamen we bij een karavanserai, hier ontmoetten
we iemand die ons vertelde dat alle inwoners de plek, die door Koerden is
geplunderd en bouwvallig is gemaakt, hadden verlaten.’
9.
Ibid,. p. 290-291
‘Onze tenten
waren opgezet in het Noorden van de stad. Kizil Rubaut, gemeenschappelijk met
zijn buren van haatdragende Koerdische vijanden.’
10.
Ibid., p.293
‘In anderhalf
uur vonden we onszelf in Baradan, die net als andere steden leed onder de
vijandelijke invallen van het Koerdische leger.’
11.
Ibid., p. 297
‘Khanaki, bekend
met antieke eigenschap, vormde het grens van Pshalick of Bagdad, en had het lot
dat zij het ongelukkige positie had tussen twee krachten. Ongeveer twee jaar
geleden was het overgenomen door Muhammed Ali Mirza en het moest op dat moment
de ellende van de oorlog hebben meegekregen.’